Weekly News

Hoeveel kost een toppaard?

Twee tegenstrijdige ontwikkelingen doen zich voor in de paardensport. Nederlandse topruiters worden geconfronteerd met immer stijgende prijzen voor toppaarden, maar voor de honderdduizenden recreatierijders is de sport de afgelopen jaren steeds goedkoper geworden. De sector als geheel profiteert. De omzet in Nederland groeide tot 1,5 miljard euro in het afgelopen jaar.

Zelfs de paardensportliefhebber-op-afstand moet het de laatste jaren zijn opgevallen. Van Simon, het springpaard dat Jeroen Dubbeldam een half jaar voor de Olympische Spelen in 2012 zag vertrekken, tot de dressuurhengst Arlando, waarop Diederik van Silfhout in 2016 zijn Olympisch debuut maakte; Nederlandse toppaarden vinden steeds vaker hun weg naar het buitenland.


“De sport is internationaal enorm verbreed”, zegt Theo Ploegmakers, voorzitter van de hippische bond KNHS. “Rusland, China, het Midden-Oosten; daar is de paardensport in ontwikkeling. In het Midden-Oosten worden paarden gekocht voor zulke hoge prijzen, die betalen wij niet meer. Een toppaard kopen, dat doet bijna niemand hier meer.”


Nederlandse topruiters zullen meer moeite moeten doen om toppaarden in hun stal te krijgen, zegt Ploegmakers. “Edward Gal is Nederlands kampioen geworden met een paard, Glock’s Zonik, waarvan hij zelf zegt dat die nog twee jaar nodig heeft, voordat hij tot de absolute top behoort. Jeroen Dubbeldam is regerend Europees en wereldkampioen, maar zijn paard Zenith SFN is aan het eind van zijn springcarrière. Hij zal ook even een stapje terug moeten doen. Als de basis smal is, krijg je dit soort golfbewegingen.”


Joep Bartels, onder meer dertien jaar lector Paardenhouderij bij HAS Hogeschool, ziet aan de onderkant juist een positieve ontwikkeling. “Dat zie je mooi geïllustreerd bij het Horse Event in Ermelo, begin september. Daar zie je een nieuw publiek, voornamelijk bestaand uit tienduizenden jonge meisjes, voor wie het paard een soort vriend is.”


Bartels haalt cijfers van HAS aan. Van de 500.000 paardensporters in Nederland is 80 procent vrouw en bijna de helft van de paardensporters is onder de 20 jaar. 400.000 van hen zijn recreatierijders, in heel grote mate manegeruiters. Zij profiteren van de ontwikkeling van het aanbod. 


“Twintig jaar geleden hadden paardensporters vooral eigen paarden”, vertelt Bartels. “Tegenwoordig begint de overgrote meerderheid in de manege, of leaset of deelt een pony. De nieuwe manier van rijden heeft de prijs aan de onderkant naar beneden gehaald. De drempel is verlaagd, waardoor een grotere groep mensen geïnteresseerd is geraakt.”


“Dus ja, de springsport is enorm aan het internationaliseren en wordt minder toegankelijk voor gewone ruiters zonder sponsoring achter zich”, concludeert Bartels, “maar aan de andere kant van de markt worden juist grote omzetten behaald. De paardensector is qua economie de tweede sportsector van Nederland. De retailomzet in de 530 paardenwinkels alleen is al ongeveer 110 miljoen euro.”


Ook Ploegmakers is daarom ook overwegend positief gestemd. “De Nederlandse paardenhandel floreert. De kennis die we hebben wordt groter en komt ten goede aan alle niveaus. We kunnen trots zijn op onze jeugdruiters; er komen weer topruiters aan.” Maar: “Ze zullen wel op een toppaard moeten rijden. Of ze nog zo snel Europees of wereldkampioen kunnen worden, is de vraag.”


Delen

Journalist

Mark van der Heijden

Related articles